Wat dragen we met ons mee en wat werpen we van ons af? Het is een vraag die Hanneke Klinkum in haar beelden en tekeningen zinnebeeldig aan de orde stelt. Als kunstenaar kun je haar zien als een dier in een klem dat zijn eigen poot afknaagt om de vrijheid te herwinnen. In de beeldende kunst is het ondoenlijk om je aan regels te houden, omdat die per kunstwerk dat wordt gemaakt en beschouwd, aan verandering onderhevig zijn. Met ieder beeld is er een gewijzigde omgang met de aanschouwelijke gegevens. We zien altijd iets anders.
A Lone Wolf
Hanneke Klinkum bijt haar been af
Binnen het oeuvre van een kunstenaar kunnen beelden nog zo op elkaar lijken, ze kunnen in feite nooit volgens de zelfde criteria worden bekeken. In de onderling sterk verwante beelden van Hanneke Klinkum, waarin zij het dierlijke met het menselijke verbindt en het organische met het kunstmatige, het lichamelijke met het geestelijke, is dat een fait accompli. Je kunt ieder beeld als dat van haar herkennen, maar ze ontsnappen aan iedere eerdere betekenis die je aan een afzonderlijk werk hebt toegekend. Zoals een hert ieder jaar een nieuw gewei krijgt, dat anders is dan het vorige - groter, uitdagender en kwetsbaarder - zo groeit het werk van Hanneke Klinkum. Ze kan niet wat ze eerder heeft afgeworpen opnieuw bedenken en tot stand laten komen. Er komt iets anders tot stand.
Ze is geen hertje, Hanneke Klinkum, maar een wolvin. A lone wolf. Afgezonderd van het pak. De Nederlandse beeldhouwkunst is een kleine wereld, omdat Nederland niet echt een land van beeldhouwers is, hooguit van kleiers en bouwers. ledere beeldhouwer in Nederland is een uitzondering en uitzonderlijk. Dat geldt voor Hanneke Klinkum in het bijzonder. Ze is een bottenschraper, een geweienvinder, een schillenraper en staartenbinder. Organisch materiaal dat meer of minder moeizaam vergaat, gebruikt ze om beelden als schijnfossielen te maken.
We herkennen haar werk van verre, maar als we dichterbij komen zien we dat we ons deerlijk hebben vergist. We zien eerst een trap, een haren jas, een kapstok en een kandelaar. We gaan die trap op, hangen de jas aan de kapstok en ontsteken de kandelaar. In dat licht zien we hertenpootjes, een paardenstaart, een verhoornde stok en in elkaar verstrikte geweien. We zien hoe het de beesten vergaat, hoe we vergaan. Verworpenen der aarde die we zijn. We zijn er voor de vinder, hoe eerlijk of oneerlijk ook, die ons nooit terugbrengt tot wie we waren, maar die voortbrengt wie we uiteindelijk zijn.
In haar werken op papier is Hanneke Klinkum niet sculpturaal, maar oplosbaar. Het beeldhouwwerk is altijd een concrete gestalte, maar een tekening is eerder de gedaante van het ongeziene, het onvoorziene. Het is niet het werkelijke, maar biedt een oplossing voor wat het zou kunnen zijn wat we zien. In die oplossing komen waarnemingen samen. Ze tekent onder andere bomen en die zijn er als zodanig te over, alleen niet zoals ze die tekent, zo zijn er niet. Ze tekent ze als beeld en ze worden zo weer een mogelijke sculptuur. Ze kunnen alleen onmogelijk worden uitgevoerd. Ze zijn getekend. Ze moeten met fluwelen handschoenen worden aangepakt.
—
Alex de Vries | Uit: Hanneke Klinkum, beelden – tekeningen | 2009
Tilburg, Nederland 1950
Lerarenopleiding Textiele Werkvormen, Tilburg 1967-1970
Academie voor Beeldende Vorming, Tilburg 1970-1973
Woont and werkt in Tilburg (Nederland) and Ayamonte (Spanje)